“Ja, jong is ze wel. Maar ze is vol goede wil”.
“Zo, edele maagd.”
‘Ik los dingen graag zelf op, en dan op een aardige manier, soms lukt dat niet.’
De vliegende visschen vliegen helemaal niet.
Ik… ik heb hoofdpijn, jokt hij.
Ik heb geen idee wie die vent is. En hijzelf zo te zien ook niet.
En dan doet hij het domste wat hij had kunnen doen: hij kijkt nog eens achterom.
ze zegt dat magere vrouwen slechte vrouwen zijn en dat vadsige vrouwen een goed hart hebben.
Ze breken alle kralen van hun snoer, totdat zij zelf vertrapte kralen zijn geworden.
‘Ga maar lekker liggen’, zei hij. ‘Ik zorg wel voor de rest.’
….het kleinste geluid ligt in de stilte bloot
en dan: Het Leven!
Wie zet de koffie? En wie wassen er af?
‘Losse haren horen bij losgeslagen vrouwen’.
“En heeft mijn kleine vrouwtje nog geen spijt van gisteravond?”
Een man draaft altijd zo door. Wij zijn verstandiger.
De room zit op de muur, en op het plafond, en op je gezicht, en op je schoenen.
Als ik een verzinsel ben, dan ben ik toevallig wel het beste verzinsel van de wereld.